Lashelm: acht aandachtspunten bij het kiezen van een lashelm

Veiligheid bij het lassen is meer dan alleen een prioriteit. Een van de meest kwetsbare lichaamsdelen zijn het gezicht en de ogen, die worden blootgesteld aan straling (ultraviolet of infrarood), vonken en spatten, en andere gevaren die bij het lassen horen. Daarom is het belangrijk dat lassers, of ze nu beginners of gevorderden zijn, de tijd nemen om uit het ruime aanbod een lashelm te kiezen: passief of met automatische verduistering, vaste of variabele tint, twee, drie of vier sensoren…

Dit veiligheidsinstrument biedt niet alleen comfort, maar kan ook een aanzienlijke invloed hebben op de productiviteit en de laskwaliteit.

Hier zijn acht punten waarmee u rekening moet houden bij het kiezen van uw lashelm:

1. Voldoen aan de kwaliteitsnormen.

De helm die u kiest, moet voldoen aan de normen ANSI (*) Z87.1 – 2003 (ook wel ANSI Z87+ genoemd) of de Europese norm BS EN 175:1997.

2. Passieve lens versus zelfdonkerende lens.

Lashelmen met automatische verduistering worden donker zodra de lasser de boog ontsteekt. Het belangrijkste voordeel van dit type helm is dat hij, zelfs als de elektronica uitvalt, nog steeds een minimale bescherming biedt, conform de ANSI-norm. Bovendien bieden alle helmen met automatische verduistering die aan de normen voldoen 100 % bescherming tegen schadelijke infrarood- en UV-straling, en variëren ze in verduisteringsgraad van #8 voor toepassingen met een laag stroomverbruik tot #13 voor toepassingen met een hoog stroomverbruik.

Passieve lashelmen worden in de opgeklapte stand gedragen en lassers klappen ze vlak voordat ze de boog ontsteken in de juiste stand, met een snelle knik of een snelle beweging van de nek. Ze zijn een voordelige keuze, maar:

• Voor beginners of mensen zonder ervaring kan het lastig zijn om de elektrode goed te plaatsen terwijl de lashelm vastklikt. Dit kan leiden tot een slechte lasstart, wat lasfouten of overmatig slijpwerk tot gevolg kan hebben.
• Hechtlassen, of talrijke korte lasnaden, kan moeilijk en inefficiënt zijn, aangezien de lasser de lashelm herhaaldelijk moet op- en neerklappen.
• Het herhaaldelijk op- en neerklappen van de helm kan nekvermoeidheid veroorzaken en in sommige gevallen leiden tot RSI-klachten.
• Als de helm niet goed vastklikt of als de timing niet goed is, kan dit leiden tot onbedoelde boogflitsen als de boog ontstaat voordat de helm op zijn plaats zit.

3. Glazen met vaste of variabele tint.

Als u voor een automatisch verduisterende lens hebt gekozen, moet u, afhankelijk van uw lasbehoeften, kiezen tussen een lens met vaste of variabele verduisteringsgraad. Een lens met vaste verduisteringsgraad kan slechts tot een vooraf ingestelde graad verduisteren, meestal #10. Deze zijn zeer geschikt voor het lassen met één enkel lasproces en één enkel materiaal. Voor meer lasprocessen en materialen kunt u beter kiezen voor een lens met variabele verduisteringsgraad.

4. Reactietijd van de lens.

Dit is de tijd die de lens nodig heeft om te verduisteren op het moment dat de lasvonken ontstaan. Dit moet razendsnel gebeuren. De geringste vertraging kan het zogenaamde ‘arc eye’ veroorzaken, dat is een ongemakkelijk en droog gevoel in de ogen, wat kan leiden tot ernstige schade aan de ogen. De snelheid varieert tussen 1/3.600 van een seconde (voor instapmodellen) en 1/20.000 bij industriële of professionele modellen. Hoe groter de fractie, hoe sneller de reactietijd van de lens.

5. Boogsensoren.

Het verschil tussen eenvoudige en professionelere lashelmen met automatische verduistering zit hem in het aantal sensoren dat de lasvonken detecteert om het verduisteringsproces in gang te zetten. Eenvoudige helmen hebben er twee, terwijl geavanceerdere modellen er drie of vier hebben.

6. Gewicht en comfort.

Aangezien lassers de helm urenlang dragen, kan met deze twee factoren rekening worden gehouden om nekklachten en andere blessures te voorkomen. Enkele aanbevelingen hieromtrent zijn: kies een helm die ongeveer een halve kilo weegt, pas hem en stel hem af om te zien of hij comfortabel zit, en zorg ervoor dat de hoofdband en de hoofdsteun eveneens comfortabel en van goede kwaliteit zijn en goed bij u passen.

7. Kijkgebied.

Elke lashelm heeft zijn eigen gezichtsveld; probeer verschillende opties uit om te zien welke het beste bij u past. Het hangt ervan af of u de voorkeur geeft aan een breder gezichtsveld of juist een smaller gezichtsveld waarmee u zich op een specifiek gebied kunt concentreren. De kwaliteit van de helm heeft direct invloed op hoe u de lasnaad en de omgeving ervan waarneemt, en daarmee ook op de kwaliteit van uw werk.

8. Kies een gerenommeerd merk

Hoewel deze tip voor veel verschillende sectoren en producten geldt, is hij in de lasbranche van nog groter belang: wanneer je bij zeer hoge temperaturen of in lastige houdingen werkt, moet je er zeker van zijn dat je apparatuur naar behoren functioneert. Grote merken in de lasbranche hebben jarenlange ervaring in het rechtstreeks samenwerken met lassers, het leveren van hoogwaardige apparatuur en het luisteren naar hun feedback.

Luister naar je ervaren collega’s en hun advies; hun ervaring met verschillende merken kan erg waardevol zijn bij het kiezen van het ene merk boven het andere. Soms gaat het niet alleen om de prijs en kwaliteit, maar ook om de ondersteuning die ze klanten bieden of de reserveonderdelen die ze kunnen leveren.

Als je van plan bent om professioneel lasser te worden of dat al bent, is het raadzaam om de tijd te nemen om de lashelm te kiezen die het beste aansluit bij je lasbehoeften en -omgeving.

(*) American National Standards Institute

Wilt u een gratis online demo boeken?

De AugmentedRobotics Seabery Robotics die een brug slaat tussen lasopleidingen en robotautomatisering. Vul het formulier in voor meer informatie en ontdek hoe deze oplossing aansluit bij uw onderwijs- of technisch programma.

Vraag een productdemonstratie aan

Scroll naar boven